Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Indische culturele agenda / kalender
Bezoekers vanaf jun. '09

 16615856 Bezoekers

 10 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

DE SPOOR- EN TRAMWEGEN IN NEDERLANDS-INDIË
HOOFDSTUK 1D

1A | 1B | 1C | 1D

Het ontstaan der Spoor- en Tramwegen

Na het jaar 1900 zullen slechts de meestingrijpende wijzigingen en uitbreidingen opgesomd worden. In het begin dezer eeuw werd de spoorwegaanleg op Java door den Staat in groten stijl hervat door de aanname van de wet tot aanleg van de lijn, welke Krawang - het eindpunt van den in 1898 door den Staat van de Bataviasche Oosterspoorweg Maatschappij aangekochten spoorweg - zou verbinden met Padalarang aan de Staatslijn Buitenzorg-Bandoeng.

Baangedeelte der Madoera Stoomtram Maatschappij tusschen Sampang en Tandjoéng.
Baangedeelte der Madoera Stoomtram Maatschappij tusschen Sampang en Tandjoéng.

Gelast bij de wet van 29 December 1900 kwam de 97 K.M. lange lijn, waarvan 56K M. bergbaan door de Preanger, in Mei 1906 gereed. Enige weken daarna werd de 56 K.M. lange lijn Rangkasbetoeng-Laboean - in het Bantamsche - voor bet verkeer geopend.
Van grootbelang was de opening van de 137 K.M. lange lijn Tjikampek-Cheribon in begin Juni 1912. Even daarna werd besloten tot aanleg van de lijn van Cheribon naar Kroja met de bedoeling daarlangs de ééndaagsche verbinding tusschen Batavia en Soerabaia te leiden. De lijn kwam in begin 1917 in exploitatie - de ééndaagsche verbinding is pas tot stand gekomen .... 1 November 1929. Teneinde de spoorwegtoestanden in West-Java geheel in handen te hebben, kocht de Staat, nadat vroegere pogingen in de Staten-Generaal schipbreuk hadden geleden, in 1913 de lijn Batavia- Buitenzorg der Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij aan. Tevoren n.1. in 1911 was besloten om de lijn Bandjar-Parigi (later verlengd tot Tjidjoelang) te bouwen. Pas in 1921 was deze lijn, waaraan een gehele lijdensgeschiedenis vastzat, afgebouwd.
Verder werd in 1908 het eerste lijntje met een spoorwijdte van 0.60 meter gebouwd, n.1. dat van Tikampek naar Tjilamaja. De aanvankelijke bedrijfsresultaten waren zeer gunstig, zodat spoedig meerdere lijntjes volgden. Later is men hiervan teruggekomen.
Nadat op de Oosterlijnen de eerste normaalspoor- tramwegen door den Staat aangelegd waren - van Madioen naar Ponorogo met twee zijtakken - volgden spoedig meerderen; ook op de Westerlijnen. Ondertussen werd in Oost-Java in 1916 de Babat-Djombangtram door den Staat aangekocht. Van groot belang was nog de overeenkomst tusschen den Staat en de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij van 1925, waarbij laatstgenoemde maatschappij zich verbond om voor rekening van de S.S. tusschen Djokja en Solo een vrijliggende verbinding te bouwen naast haar eigen baan. Deze verbindingsbaan, gebouwd met de normale spoorwijdte van 1.067 meter, is den 1en Mei 1929 gereedgekomen.
Te vermelden is nog, dat op den dag van het 50-jarig bestaan, het lijnvak Mr. Cornelis-Tandjong Priok de elektrische tractie werd ingewijd, welke later tot de lijn Batavia-Buitenzorg uitgebreid zou worden. Over de elektrificatie van de Prioklijn, die van de Ceintuurbaan en van de lijn Batavia-Buitenzorg zal Dr. Ir. G. de Gelder in dit boek afzonderlijk schrijven. Van de particuliere maatschappijen breidden enkelen in gematigd tempo haar invloedssferen uit ; zoo de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij, de Semarang-Cheribon Stoomtram Maatschappij


 

Staatsspoorwegen tusschen Lebakdjero en Leles in de Preanger

Staatsspoorwegen tusschen Lebakdjero en Leles in de Preanger.



(o.a. in 1900 door aanleg van de lijn Cheribon-Kadipaten), de Samarang-Joana Stoomtram Maatschappij (welke haar stadslijn aan de gemeente Semarang verkocht, doch haar wel bleef exploiteren), de Serajoedal Stoomtram Maatschappij en de Oost-Java Stoomtram Maatschappij, welke haar stadsnet in Soerabaia elektrificeerde. Vermelden we nog, dat de Batavia Elektrische Tram Maatschappij haar net in 1913 belangrijk vergrootte en dat de Malang-, de Pasoeroean-, de Probolinggo- en de Madoera Stoomtram Maatschappijen slechts kleine uitbreidingen aan hunne lijnen gaven, dan is het voornaamste uit de spoorweggeschiedenis op Java gedurende dit laatste tijdperk geboekstaafd.
Op het einde van 1928 was op Java 2922 K.M. spoor en tram van de Staatsspoorwegen in exploitatie; een smalspoorlijn van Rambipoedji tot Balong werd omgebouwd tot een normaalspoortramlijn, terwijl een normaalspoortramlijn ten Zuiden van Garoet, nl. naar Tjikadjang, nog in aanleg was. Van deze gereedgekomen 2922 K.M. lijn waren 120 K.M. als smalspoor aangelegd; de rest als normaalspoor.
De Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij had 874 K.M. in exploitatie, waarvan 212 K.M. spoorweg en 56 K.M. tramweg met breedspoor en 606K.M. tramweg met normaalspoortram. De Semarang-Joana Stoomtram Maatschappij exploiteerde een net van 426 K,M., de Semarang- Cheribon Stoomtram Maatschappij een van 388 K.M., de Serajoedal Stoomtram Maatschappij van 126 K.M. en de Oost-Java Stoomtram Maatschappij een van 106 K.M., waarvan 18 K.M. geëlektrificeerd, 44 in het Modjokertosche en 44 voor de lijn Soerabaia-Krian.

 

De Kediri Stoomtram. Mij exploiteerde 120 K.M.
,,
Malang
,,
,,
85
,,
,,
Modjokerto
,,
,,
78
,,
,,
Pasoeroean
,,
,,
46
,,
,,
Probolinggo
,,
,,
44
,,
,,
Madoera
,,
,,
223
,,
,,
Ned. Ind. Tramw.
,,
,,
14
,,
,,
Batavia Elec. Tram
,,
,,
18
,,


Te vermelden is dat van de laatste 8 tramwegen de eerste zeven stoomtractie toepassen ; alleen de Batavia Elektrische Tram Maatschappij gebruikt elektriciteit. Verder zijn al deze tramwegen aangelegd met de normale spoor wijdte van 1.067meter, behalve de twee Bataviasche stadstramwegen, welke een spoorwijdte hebben van 1.188 meter.

Behalve op Java werd ook op Sumatra de spoor-wegaanleg ter hand genomen, eerst schoorvoetend, later in vlugger tempo.
Op de Westkust was de spoorwegaanleg nauw verbonden aan het in exploitatie brengen der Ombilin steenkolenvelden. Door Ir. Cluysenaer in de aren 1873-1875 voorbereid, werd tot den aanleg van Staatswege pas in 1887 besloten. In 1894 was de gehele lijn voltooid. Even daarna, n.1. in 1896 kwam de later gevoteerde lijn Fort de Kock-Pajacombo gereed. In dien toestand bleef de lijn totdat pas na 1906 en 1918 nieuwe stukken aan het net werden toegevoegd. Dit is thans 284 K.M. lang, de spoorwijdte is de normale n.1. 1.067 meter. Geheel in het Noorden van Sumatra ontstond de Atjeh-tram als gevolg van den daar gevoerde oorlog en de noodzakelijkheid troepen, voedsel, materieel, enz. naar Kotta Radja aan te voeren. Den 12en November 1876 was de met normaal- spoor aangelegde 5 K.M. lange tram tusschen Kotta Radja en Oleh-leh gereed gekomen. Pas in 1882 werd tot verlenging naar het Zuiden, gepaard met ombouw der bestaande lijn tot een wijdte van 0.75 meter, besloten, terwijl in 1885 het besluit genomen werd tot aanleg van de z.g. ringbaan langs de militaire posten met enige straallijnen. Pas na Toekoe Oemar's afval in 1897 werd de lijn naar het Zuiden uitgebreid en werd mede vanuit Sigli met den aanleg begonnen. Het zou nog tot 1903 duren voor met het verbindingsstuk over de waterscheiding begonnen werd, welk stuk in 1908 gereed kwam. Nadat op 1 Januari 1916 de aanleg en exploitatie van het Departement van Oorlog op den dienst der Staatsspoorwegen overgegaan was, kwam in April 1917 het laatste stuk, n.1. van Besitang tot Pangkalan Soesoe, gereed.
Den 24en December 1919 bereikte de aanleg van de Deli Spoorweg Maatschappij Besitang.

 

Aankomst van een trein te Djati - Probolinggo Stoomtr.-Maatschappij.
Aankomst van een trein te Djati - Probolinggo Stoomtr.-Maatschappij.


Vanaf 1 December 1921 kon de derde spoorstaaf, welke op het lijnvak Besitang-Pangkalan Soesoe gelegd was om het medegebruik van dit stuk door de Deli- spoor mogelijk te maken, in gebruik worden genomen.
De Atjehtram is thans 511 K.M. lang.

Op Sumatra's Oostkust had zich bij den opbloei der tabakscultuur in Deli de behoefte aan een spoorweg doen gevoelen. Het gevolg was dat in 1883 de Deli Spoorweg Maatschappij werd opgericht, welke in 1886 het eerste stuk tusschen Laboean en Medan in exploitatie bracht en in Mei 1887 de gehele lijn tusschen Belawan en Timbang Langkat gereed had.
Successievelijk werd het net uitgebreid. In December 1890 had dit reeds een lengte van 103 K.M. bereikt. Pas na 1900 volgde uitbreiding met een 30 K.M. lange tramlijn, welke in 1902 klaar kwam, waarna geleidelijk meerdere lijnen volgden. Over de aansluiting aan de Atjehtram en het medegebruik van een baanvak werd boven reeds gesproken.
Eind 1928 waren bij de Deli Spoorweg Maatschappij 439 K.M. spoor en tram in exploitatie, terwijl de lijn in het Zuiden naar het Serdangsche nog in aanleg was.

In Zuid-Sumatra was de Staat pas na de afkondiging van de wet van 30 December 1911 met den aanleg van spoorwegen begonnen. Het eerste stuk lang 12 K.M. vanPandjang(Oosthaven) tot Tandjong Karang kwam den 3en Augustus 1914 in exploitatie; aan dePalembangzijdeschier gelijktijdig het 78 K.M. lange stuk van Prabamoelih naar Kertapati.
In langzaam tempo werd de aanleg volbracht. Af en toe werden door nieuwe wetten belangrijke stukken aan het net toegevoegd, zoo in 1919 voor aanleg voor de verbinding van de Lematang kolenvelden met Moeara Enim, de verlenging der lijn van laatstgenoemde plaats naar Lahat en een lijn van Telok Betong naar Garoentang. Nadat telkens grotere en kortere stukken in exploitatie genomen waren kwam pas den 22en Februari 1927 de aansluiting tusschen het Palembang-net en dat der Lampongs bij Balambangan Oempoe tot stand. De lijn lang 529 K.M., aangelegd met een spoorwijdte van 1.067 meter, was toen gereed. Even daarna werd besloten om de lijn van Lahat over Tebing Tinggi naar het Noorden met een 120 K.M. lang stuk te verlengen. Dit stuk is thans in aanleg.

Behalve op Sumatra werden door den Staat alleen tramwegen op Celebes aangelegd. Overal elders bleef het bij plannen. In Juli 1922 kwam het 47 K.M. lange stuk Makassar-Takalar gereed. Deze tramlijn werd aangelegd met de normale spoorwijdte van 1.067 meter.
De hoofdzaken der Indische spoorweggeschiedenis zijn hiermede zeer in het kort weergegeven.

Bron: De koloniale roeping van Nederland - 1930 - De middelen van verkeer in Nederlandsch-Indië, blz 15,16,17 en 18


Creatie datum: 29/12/2017 10:31
Categorie: - Spoor en Tramwegen
Pagina gelezen 352 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië